Samenvattingen en Kringloop

Nectar biologie 2 deel 1: 2. Eten en gegeten worden

Nectar biologie 2 deel 1: 2. Eten en gegeten worden

Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 1. Dit boek wordt gebruikt in 5 vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 2: Eten en gegeten worden.


Nectar samenvatting boek informatie

  • Titel: Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 1
  • Auteur: Bijsterbosch e.a.
  • Uitgever: Wolters-Noordhoff
  • ISBN: 9789001319250
  • Verkrijgbaar bij de reguliere boekwinkels.

2.1 Iedereen ‘eet’ van de zon

Er wordt elke keer 10% doorgegeven. Bijvoorbeeld een plant met een bepaalde stof. Het dier dat die plant eet krijgt 10% van die stof in zijn lichaam. Het dier dat dat dier weer eet 1%, het dier dat dat dier weer eet 0,1%.

Autrotroof = Een organisme dat uit anorganische stoffen, organische stof maakt. Bijvoorbeeld planten, zij nemen CO2, H2O, mineralen en energie uit hun abiotische milieu op.
Hetrotroof = Organisme die organische stoffen als voedsel nodig hebben en het dus niet zelf kunnen maken, zoals mensen.
Voedselketen = ‘Wie eet wat op’ Denk aan de richting van de pijlen, bijvoorbeeld: gras -> koe
Herbivoor = planteneter (koe)
Carnivoor = vleeseter (leeuw)
Omnivoor = alleseter (mens)
Voedselweb = voedselrelaties in een ecosysteem. Er staat met pijlen de voedselrelaties aangegeven. Ja kan dan o.a. zien of een organisme carnivoor, herbivoor of omnivoor is.
Reducenten = afbrekers, zoals schimmels en bacteriën

2.2 Hergebruik van stoffen

Door fotosynthese wordt organische stof gevormd uit anorganische stoffen of energie van de zon in organische stof vastgelegd. De plant wordt weer gegeten door een dier, dat dier weer door een ander dier enzovoorts…. Uiteindelijk leven we allemaal van de planten en dus van de zon. Vroeg of laat wordt de organische stof weer door reducenten (bacteriën en schimmels) afgebroken tot anorganische stoffen: de kringloop van stoffen. De recycling begint als een organisme door is. Ontregelde enzymen breken het plasma af. Daarna komen de bacteriën, schimmels, slijmzwammen, mijten, wormen, insecten etc. Zodra het darmkanaal gepasseerd is of het organisme materiaal aangevreten wordt, kunnen de bacteriën & schimmels er beter door. Niet alles is gemineraliseerd: de hoeveelheid die overbleef is omgezet in fossiele brandstof in de aarde (steenkool, aardgas etc.) Als er bepaalde bacteriesoorten ontbreken is er geen gesloten kringloop meer.

De stikstofkringloop:
  • Planten nemen stikstofzouten op om eiwitten te maken.
  • Dieren nemen voedsel met eiwitten op en verteren die tot aminozuren.
  • Bij afbraak komt daar ureum bij vrij.
  • Reducenten zorgen voor mineralisatie van eiwitten tot aminozuren en vervolgens tot ammonium en nitraat. Ureum kan via ammoniak, in nitraat worden omgezet.

Bij de stikstofkringloop moet je je realiseren dat het element N (=stikstof) voorkomt in aminozuren waaruit eiwitten worden opgebouwd.

Producenten = organismen die van anorganische stoffen organische stoffen maken
Consumenten = Organismen die als grondstof organische stoffen gebruiken om organische stoffen te maken.
Mineralisatie = zorgen voor omzetting van organische stof in anorganische stof zodat die weer voor planten beschikbaar worden. Dit wordt vooral gedaan door reducenten. Zo ontstaat een gesloten stofkringloop.

2.3 Levende piramides

In voedselpiramides zet je van hetzelfde trofische niveau de aantallen biomassa of KJ uit. Op de onderste laag vind je altijd de producenten. Een energiestroomschema geeft gedetailleerd aan, wat er met de energie gebeurt die dor de planten wordt vastgelegd. Bij natuurkunde zegt men dat energie nooit verloren gaat, maar slechts een klein deel wordt omgezet in celmateriaal, de rest in warmteproductie en onverteerbare delen.

Uitleg bij bron 10: De bundels stellen de energie voor, en de breedte de hoeveelheid.
  • De breedste bundel: energie die de dieren eten, invoer (I)
  • Aftakking naar rechts: energie die afgegeven wordt als mest (F)
  • Wat overblijft komt via bloed in lichaam, dit heet Assimilatie (A = I – F)
  • Aftakking naar links: energie die ze afgeven om stoffen te verbranden (R)
  • Wat overblijft komt in nieuw celmateriaal (P) (P = A – R)
  • P is ook het voedsel dat beschikbaar blijft voor het volgende trofische niveau.

Biomassa = het gewicht van de levende organismen tezamen
Drooggewicht = het gewicht na een voorgeschreven droogprocedure
Trofische niveau = alle individuen in een voedselpiramide die hetzelfde type voedsel eten
Voedelpiramide = een diagram waarin de biomassa van elk trofische niveau is uitgezet. Doordat niet alle biomassa in het volgende trofische niveau terechtkomt, ontstaat er een piramidevorm.

2.4 Hoe hard werkt een ecosysteem?

De energiestromen in een ecosysteem wil je graag in getallen “vangen”. Productie bij fotosynthese: bruto primaire productie, een deel hiervan weer door organisme zelf verbrandt, om aan energie te komen, blijft over netto primaire productie. Van diverse ecosystemen op aarde is de netto primaire productie bekend, zie bron 16.
In land-en tuinbouw probeert men door allerlei maatregelen de netto primaire productie te maximaliseren. In de natuur hoge NPP in jongen ecosystemen, en in climaxvegetatie NPP=0

1e afdeling (primaire) van een ecosysteem: planten
2e afdeling (secundaire) van een ecosysteem: herbivore dieren

Primaire productie = Het gewicht van de fotosynthese van planten
Bruto primaire productie = De totale fotosyntheseproductie
Netto primaire productie = De totale fotosyntheseproductie min de verbranding van planten om aan energie te komen
Secundaire productie (BSP, NSP) = De productie van herbivore dieren: zij verteren voedsel tot kleine organische moleculen en voegen die uiteindelijk weer samen tot dierlijke vetten, koolhydraten en eiwitten.
Productiviteit (NPP) = de productie per oppervlakte-eenheid per tijdseenheid
Aquatische = waterecosysteem
Terrestrische = landecosysteem
Jong ecosysteem = Ecosysteem dat in opbouw is
Successie = proces van opvolging (algen, plantjes, planten, zaailingen, boompjes, bomen)
Natuurlijk evenwicht = de biomassa en de soortensamenstelling blijven nagenoeg gelijk.

2.5 Arbeidsomstandigheden voor een bacterie

De grond is in een tropisch regenwoud is helemaal niet zo vruchtbaar, maar de overvloedige begroeiing is niet te danken aan de vruchtbare grond, maar aan de snel werkende reducenten. Daardoor bevindt een groot deel van de organische stoffen-voorraad zich in de biomassa en een klein deel in de bodem. In loofbossen is het omgekeerd.
Hoe snel organische stof wordt afgebroken hangt af van vele factoren, soms kan één factor beperkend zijn voor het hele proces (bron 20) Het maakt uit welke reducenten meewerken, de afvalsamenstelling bepaalt de afbraaksnelheid, de C/N-verhouding speelt een rol, en het vocht en CO2 speelt een rol.

Door GFT apart in te zamelen kunnen we een deel van ons afval composteren, zodat het voor hergebruik beschikbaar is.

Humus = de stabiele humuszuren en de tussenproducten die ontstaan door de omzetting in mineralen. Het verbetert de structuur van de bodem, houdt vocht en mineralen vast en voorkomt zo dat mineralen uitspoelen.
C/N-verhouding = reducenten moeten genoeg aminozuren (N) binnenkrijgen om hun eigen eiwitten te maken. Eiwitsynthese kost veel energie. Laag C-gehalte levert de branding niet genoeg ATP voor eiwitsynthese.
Rotting = anaërobe afbraak: afbraak zonder genoeg lucht, omdat de poriën vol zitten met water.
Beperkende factor = 1 factor die zo ongustig is, dat die het werk limiteert, hoe gunstig de ander factoren zijn.
Compost = reducenten zetten organisch afval om in humusrijke grond of compost
Gescheiden afval inzamelen = ons afval wordt gescheiden ingezameld: GFT, Papier, blik, glas, overig
Broei = start van composteren begint hiermee, kan oplopen tot 70 of 80 graden
© 2008 - 2010 Victorho, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 19-01-2008, laatst gewijzigd op 24-10-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Victorho is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Gerelateerde link

Stebo Particulier Onderwijs.

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 1

Reageer op het artikel "Nectar biologie 2 deel 1: 2. Eten en gegeten worden"


Door Daniella op 11-02-2008

Over het onderwerp. Fotosynthese.
Welke stoffen kommen er bij vrij? Reactie infoteur op 11-02-2008:Hoi Daniella,

De fotosynthese is een in werkelijkheid een scheikundige reactie die op te vatten is in de volgende (netto) "formule":

6x CO2 (koolstofdioxide) + 6x H2O (water) --> 1x Suiker (glucose, C6H12O6) + 6x O2 (zuurstof)

Er komt dus een glucose molecuul en 6 zuurstofmoleculen vrij bij de fotosynthese.

Daarnaast is er nog een bruto formule, omdat dat te maken heeft met de licht- en donkerreactie. Dat staat niet zo duidelijk in Nectar. Je kunt anders http://nl.wikipedia.org/wiki/Fotosynthese bekijken daarvoor.

Succes!
Victorho