Samenvattingen en Nectar

Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 9 Afweer

Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 9 Afweer

Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1. Dit boek wordt gebruikt in 4vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 9: Afweer


Nectar samenvatting boek informatie

  • Titel: Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1
  • Auteur: Bijsterbosch e.a.
  • Uitgever: Wolters-Noordhoff
  • ISBN: 9789001319205
  • Verkrijgbaar bij de reguliere boekwinkels.

Bekijk de andere hoofdstukken in de Nectar special.

9.1 Ziekteverwekkers: geen toegang

Naast nuttige micro-organismen zijn er ook schadelijke micro-organismen. Deze zijn te verdelen in verschillende groepen:
  • Bacteriën: produceren giftige stoffen
  • Virussen: vermeerderen in gastheercellen en doodt daarbij de gastheercel
  • Schimmels: infecteren de huid of de luchtwegen (voorbeeldje: zwemmerseczeem)
  • Andere: malariaparasiet (malaria)

Dekweefsels in de huid, longen en darmen zijn de grens tussen het inwendige en het uitwendige milieu (zij beschermen het inwendige milieu). En beschermende reflexen (niezen, hoesten en zelfs braken) helpen mee als bescherming.

Huid

Opperhuid (epidermis):
hoornlaag: bestaat uit enkele lagen dode versleten opperhuidcellen (keratinocyten)
kiemlaag: deelt zich voortdurend (de huid groeit). Deze cellen in het stratum basale zijn mitotisch actief en zorgen zo voor de vorming van keratinocyten.

Opperhuidcellen produceren ook een vettige stof, hoornstof. De groei van de kiemlaag en de slijtage van de hoornlaag zijn bij een normaal persoon die geen vreemde aandoeningen heeft in evenwicht.

Lederhuid (dermis):
Bevat zintuigen, bloedvaten, zweetklieren, talgklieren en haren.

Onder de dermis bevindt zich de subcutis (of hypodermis) waar zich onderhuids vetweefsel zit.

UV-straling:
Beschadigd het DNA van de huidcellen, als deze niet worden gerepareerd kan er huidkanker ontstaan.

Ingebouwde bescherming naast zonnebrandcrèmes:
  • Bovenlaag van de huid verdikt: UV-straling komt moeilijker bij de kiemlaag.
  • Vorming van pigmentkorrels door exocytose van melanocyten, deze geven het aan de huidcellen die een bruin kleurtje geven. Het pigment vangt de schadelijke stoffen weg die door UV wordt gevormd.
  • Maar al deze reacties werken beperkend, zonnebrandcrème gebruiken dient aanbeveling.

Slijmvliezen (mucosa):
  • Het slijm bevat bacteriedodende stoffen.
  • De luchtwegen en darmen zijn ermee bedekt
  • Stof wordt bij inademen opgevangen en door trilharen afgevoerd naar de keelholte.

9.2 Indringers opruimen

Het afweersysteem veroorzaakt afweerreacties: misselijk, belabberd voelen, koorts.

Witte bloedcellen:
  • onderscheiden lichaamseigen stoffen van lichaamsvreemde stoffen
  • maken lichaamsvreemde stoffen dood of onschadelijk
  • verschillende witte bloedcellen communiceren met elkaar d.m.v. boodschapperstoffen.

Het afweersysteem bevat 10^12 cellen die overal aanwezig zijn, maar vooral in de milt en de lymfeklieren, ze verspreiden zich in bloed- en lymfevaten.

Regeling geschiedt via onderlinge communicatie. Witte bloedcellen ontstaan uit het rode beenmerg uit stamcellen:
Bij jongere kinderen zijn dit in de mergholtes van pijpbeenderen. Na de puberteit in platte beenderen van de schedel, ribben, borstbeen, bekken, borstbeen.

Uit de stamcellen ontstaan:
fagocyten

lymfocyten
  • B-lymfocyten (ontwikkelen zich in het beenmerg)
  • T-lymfocyten (ontwikkelen zich in de Thymus, klier achter het borstbeen)

Elk celmembraan bevat ‘antigenen’ waaraan ze herkend kunnen worden. Elk soort cel heeft een eigen antigeencombinatie. Ook ziekteverwekkers hebben antigenen die door 1 soort lymfocyt herkend kan worden. (lymfocyten die reageren door lichaamseigenstoffen worden door het beenmerg en thymus uit de roulatie genomen). 95% van de lymfocyten gaat ongebruikt weer dood.

Lymfocyten zijn nog niet geactiveerd wanneer ze een ziekteverwekker voor het eerst binnendringt. Zo kan de ziekteverwekker zich vermeerderen en wordt je ziek.

Bij bestrijding van een ziekteverwekker worden er geheugencellen aangemaakt die de informatie van de ziekteverwekker opslaan. Bij herbesmetting van dezelfde ziekteverwekker kunnen de geheugencellen zich delen tot de gewenste lymfocyten, je bent dan in principe immuun voor die ziekteverwekker.

De ziekteverwekker wordt opgemerkt door de witte bloedcellen, er wordt alarm geslagen d.m.v. het doorgeven van signaalstoffen genaamd cytokinen (dit zijn weer een soort eiwitten). Sommige van deze cytokinen activeren de deling van het beenmerg en de rijping van witte bloedcellen. Andere activeren de B-lymfocyten. 1 soort beïnvloed het temperatuurscentrum (koorts als symptoom).

9.3 Witte bloedcellen aan het werk

Het afweersysteem is in 2 categorieën in te delen:
Algemene afweer ( maakt geen onderscheid tussen indringers)
  • Fagocyten: omsluiten bacteriën via fagocytose en breken deze af . De dood van de bacterie en vaak ook de fagocyt zelf wordt vaak etter of pus genoemd.

Specifieke afweer (reageren op bepaalde antigenen)
  • T-lymfocyten en B-lymfocyten.

Deze worden geactiveerd door macrofagen (bepaald type fagocyt). De macrofaag plaatst verteerde stukjes bacterie-eiwit op het membraan, in die stukjes bevinden zich ook de bacterie antigenen. Deze vormen een alarmsignaal voor het passende T-lymfocyt (dus een T-lymfocyt moet wel een T-receptor hebben die erop past (uniek combinatie).

Na de herkenning gaat de T-lymfocyt zich delen
  • sommige worden een inactieve T-geheugencel
  • de meeste worden een T-helpercel. Deze cellen geven cytokinen af (boodschapperstofjes).

De cytokinen activeren de B-lymfocyten en ook deze gaan zich delen (klonen).
  • B-geheugencellen (ook deze zijn inactief en de meeste worden opgeslagen)
  • Plasmacellen. (dit zijn cellen die een grote ER hebben, veel mitochondriën en ribosomen bevatten). Dit zijn de grote chemische fabriekjes die antistoffen of immunoglobinen aanmaken (dit zijn dan weer eiwitmoleculen die reageren op 1 soort antigeen)

Virussen: Omdat virussen zich in een gastheercel verstoppen, kunnen ze niet op dezelfde manier bestreden worden als bacteriën.

T-helpercellen activeren T-lymfocyten. Er vindt differentiatie plaats en er ontstaan cytoxische lymfocyten, deze gaan op zoek naar de met virus besmette gastheercellen. Deze herkennen ze aan de virusantigenen die op het membraan zitten en eiwitten gaan het membraan stuk maken: einde van de cel en het virus.

Sommige cytoxische T-lymfocyten zijn ook actief bij het opruimen van kankercellen en stoten ook getransplanteerde organen af (dit heeft te maken met HLA of MHC-antigenen)

9.4 Nooit meer ziek worden?

Actieve immunisatie:
  • Kunstmatig: een vaccin met onschadelijk gemaakte ziekteverwekkers. Je afweersysteem reageert op de antigenen en door het maken van geheugencellen wordt je immuun.
  • Natuurlijk: als je ziek wordt, maak je geheugencellen aan die bij een tweede aanval ervoor zorgen dat je niet ziek wordt.

Passieve immunisatie:
  • Kunstmatig: biotechnologisch gemaakte antistoffen verdedigen je tegen een ziekteverwekker.
  • Natuurlijk: een baby ontvangt voor zijn geboorte de antistoffen van de placenta

Monoklonale antistoffen: dit zijn identieke antistoffen die gemaakt worden door een celkloon van hybridoma’s (deze ontstaan door het samensmelten van een B-lymfocyt (juiste antistof) met een kankercel (snelle deling)).

Allergie:
Het lichaam reageert te heftig op een bepaalde stof (allergeen).
Mestcellen (type witte bloedcellen die zich vooral in het slijmvlies bevinden) bevatten onder andere histamine die inwerking heeft op de bloedvaten en spieren. Hierdoor zwellen de slijmvliezen op en raken ze ontstoken.

1e contact (met bijv. pollen):
  • productie van antistof IgE
  • antistof hecht zich aan het membraan van de mestcel
  • mestcel wordt gevoelig.

2e contact (alweer met pollen)
  • allergenen reageren met IgE die aan het membraan van de mestcel zit
  • histamine afgifte
  • ontsteking.

Auto-immuunziekten: het afweersysteem keert zich tegen lichaamseigen cellen.
Immuundeficiëntie: afweersysteem te weinig in actie (AIDS)

9.5 Verder met een nieuwe nier

Bij transplantaties wordt een orgaan vaak afgestoten door het afweersysteem. Antigenen zijn erfelijk bepaald en bij transplantaties spelen vooral de antigenen van het HLA-systeem een grote rol (hierbij heeft ieder mens een unieke combinatie). Bij het zoeken van een donororgaan wordt altijd gezocht naar een HLA-systeem dat het best past bij de persoon die het orgaan nodig heeft.

Bloedgroepen:
Je rode bloedcellen kunnen 2 typen antigenen bevatten A , B, A en B, of geen van beiden. Je afweersysteem bevat na je geboorte passende antigenen bij je bloedgroep.

Voorbeelden:
  • Heb je bloedgroep A dan bevat je afweersysteem de antistof anti-B
  • Bij bloedgroep AB bevat je lichaam geen antistoffen
  • Bij bloedgroep 0 (nul) bevat je afweersysteem antistof anti-A en anti-B

Resusfactor:
Van 85% van de Nederlandse bevolking bezitten de rode bloedcellen het resus-antigeen. (ze zijn dus resuspositief). Van nature hebben de mensen die geen resus-antigeen op de rode bloedcellen hebben geen anti-resus in het bloed, deze wordt pas actief (of aangemaakt) als er bloedcellen wordt toegevoegd die resuspositief zijn.
© 2008 - 2010 Victorho, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 01-01-2008, laatst gewijzigd op 24-10-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Victorho is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Gerelateerde links

Clicks.m4n.nl/_c?aid=10447&adi, Studieboeken van Selexyz, Brommer examen oefenen en Toetsjekennis.nl.

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Nectar biologie vwo

Reageer op het artikel "Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 9 Afweer"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.