
Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 11 Regeling hormonen
Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1. Dit boek wordt gebruikt in 4vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 11: Regeling door hormonen
Nectar samenvatting boek informatie
- Titel: Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1
- Auteur: Bijsterbosch e.a.
- Uitgever: Wolters-Noordhoff
- ISBN: 9789001319205
- Verkrijgbaar bij de reguliere boekwinkels.
Bekijk de andere hoofdstukken in de Nectar special.
11.1 De centrale hormoonklier
Spieren bestaan uit eiwitten die kunnen samentrekken. Spiergroei draait om de groei van eiwitten. Drie hormonen met een belangrijke rol:- Groeihormoon uit de hypofyse (stimuleert opname van aminozuren en de eiwitaanmaak in spiercellen)
- Thyroxine uit de schildklier (regelt de snelheid van de stofwisselingsprocessen. Meer thyroxine = snellere eiwitaanmaak in spiercellen)
- Testosteron uit de zaadballen (beïnvloedt het ontstaan van secundaire geslachtskenmerken bij mannen, waaronder spiergroei. Bevordert eiwitaanmaak, en vertraagt afbraak eiwitten)
Door intensief gebruik van je spieren, worden ze dikker. Je moet dan wel een eiwitrijke voeding gebruiken.
Als je niet traint, blijven de hormoonconcentraties in een homeostatisch evenwicht. Deze regelkring wordt geregeld via negatieve terugkoppeling, op 2 niveaus:
- TSH (Hormoon wat wordt gemaakt in de hypofyse, zorgt dat schildklier thyroxine af gaat geven. Als de concentratie thyroxine te hoog wordt, neemt TSH af)
- Veel thyroxine = hoge stofwisselingssnelheid = verbranding sneller = kerntemperatuur neemt toe = hypothalamus zal minder TRH afgeven = hypofyse gestimuleerd (of niet) en norm kerntemperatuur verandert
Hypothalamus is een deel van je zenuwstelsel, die de hypofyse kan stimuleren of remmen.
RH's spelen een rol bij de productie van TSH, LH en groeihormoon.
Neurosecretie:verschijnsel dat zenuwcellen hormoonachtige stoffen afgeven.
11.2 Brandstof voor je cellen
Celstofwisseling: verbranding glucose (glucose kan rechtstreeks naar cellen)Spiercellen: verbranding glucose & vetzuren (vetzuren worden als vetten opgeslagen in je vetweefsels)
Glucose: bouwstof koolhydraten.
Vetzuren: bouwstof vetten.
Je kunt geen voorraad glucose opslaan, glycogeen (glucosemoleculen aan elkaar) fungeert als glucosevoorraad. Je kan in totaal een halve kilo opslaan, dit kan je vergoten door je spieren uit te putten van te voren en daarna veel koolhydraten eten.
Je glycogeenvoorraad verdubbelt, doordat: Hoge concentraties glucose geeft meer insuline (hormoon wat glucoseopname bevordert, en vorming glycogeen uit glucose stimuleert), er wordt meer glycogeen geproduceerd.
Glucagon: bevordert omzetting van glycogeen in glucose, en afgifte glucose aan bloed, de voorraad glycogeen daalt. Verder bevordert het de omzetting van vet in vetzuren en afgifte vetzuren aan bloed. Werkt tegengesteld aan insuline.
Cortisol: hormoon wat bij grote inspanning vrij komt uit bijnierschors, bevordert vrijkomen van aminozuren en vetzuren. Ook wel bekend als het stress-hormoon. Zorgt voor vrijkomen en productie van glucose.
Insuline: daling glucoseconcentratie in bloed, stimulering glycogeenvoorraad, opname vetzuren in vetcellen en omvorming vetten, stimulering opname aminozuren in spiercellen.
Groeihormoon: bevordert afbraak vet tot vetzuren, vorming glucose uit leverglycogeen, lage concentratie glucose, geeft hoge concentratie groeihormoon.
Thyroxine: bij zware inspanning, lage kerntemperatuur, wordt versneld glucose verbrandt.
Adrenaline: bij plotselinge actie, versnelt afbraak leverglycogeen tot glucose en bevordert afgifte glucagon.
11.3 Klaar voor de start!
Adrenaline komt uit het bijniermerg. Het zorgt voor meer bloed naar spieren en ledematen, en minder naar maag en darmen door beïnvloeding kringspiertjes in slagaderwanden, ademhaling versnelt, er komt meer glucose vrij uit glycogeen.Een plotselinge gebeurtenis (woede, schrik, angst etc.) kan een stoot adrenaline aan het bloed geven. Je lichaam is dan klaar voor een snelle reactie. Dit wordt geregeld via zintuigen en zenuwstelsel. Stress stimuleert via het zenuwstelsel het bijniermerg tot afgifte van adrenaline.
11.4 Nat van binnen en van buiten
Je verliest water door te zweten en uit te ademen, de concentratie in je lichaam neemt toe. Je prestaties gaan afnemen als meer dan 2% van je lichaamsgewicht aan vocht verliest. Je cellen werken dan niet goed meer, omdat de concentratie opgeloste stoffen te hoog wordt. Door je af te koelen met water, produceer je minder zweet.Je darmen kunnen niet sneller water opnemen, want de osmotische waarde van het bloedplasma neemt toe. Osmoreceptoren in de hypothalamus registreren dat, er gaat een signaal naar hypofyse. Die geeft ADH af waardoor de nieren meer water vasthouden (terugresorberen in het bloed). Bloedvaten die naar buitenkant lichaam lopen vernauwen, waardoor ook de huid kan uitdrogen. Drink daarom veel per dag om een mooie huid te krijgen/behouden.
11.5 Hormonen doen hun werk
Meestal blijft de hormoonconcentratie rond een bepaalde evenwichtswaarde schommelen door negatieve terugkoppeling. Door zware inspanning en ritmische schommelingen die samenhangen met je leeftijd kan dit veranderen. Hormonen verdwijnen door afbraakprocessen in de lever en via uitscheiding met de urine.De halveringstijd (= tijd die nodig is om de hoeveelheid te halveren) is per hormoon verschillend. Voor ADH is dit kort (3 minuten), voor thryroxine lang (6 dagen).
Iemand met suikerziekte maakt geen of te weinig insuline. Glucose blijft in hoge concentraties in het bloed, een deel komt in de urine terecht.
Hormoonziekte te veel hormonen: hormoonklier verwijderd
Hormoonziekte te weinig hormonen: toedienen via medicijn
Een hormoon werkt niet op alle cellen, alleen op cellen met het juiste receptoreiwit erop (doelwitcel).
Testosteron: vetoplosbaar hormoon dat in spiercellen vorming van eiwitten stimuleert. Kan het celmembraan passeren, en verbinden met een receptoreiwit en stimuleert deel van DNA. Er wordt boodschapper RNA gemaakt en door ribosomen ontstaan bijvoorbeeld spiereiwitten.
ADH: eiwithormoon, verbindt zich met receptoreiwit, er gaat een interne boodschapperstof de cel in waardoor na binding de doorlaatbaarheid van water groter wordt in verzamelbuis (laatste deel nefron). © 2008 - 2010 Victorho, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 01-01-2008, laatst gewijzigd op 24-10-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Victorho is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Gerelateerde links
Toetsjekennis.nl, Stebo Particulier Onderwijs en Studieboeken van Selexyz.Verwante artikelen
- Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 10 Regeling: Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1. Dit boek wordt gebruikt in 4vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 10: Regeling.
- Nectar biologie 2 deel 2: 14. Grenzen aan groei: Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 2. Dit boek wordt gebruikt in 6 vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 14: Grenzen aan gro…
- Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 8 Werken met genen: Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1. Dit boek wordt gebruikt in 4vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 8: Werken met…
- Nectar biologie 2 deel 2: 11. Begin bij… een eiwit!: Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 2. Dit boek wordt gebruikt in 6 vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 12: Verbeter de…
- Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 1 Gedraag je!: Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1. Dit boek wordt gebruikt in 4vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 1: Gedraag je!
Bronnen en/of referenties
- Zie artikel

Reageer op het artikel "Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 11 Regeling hormonen"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

