Samenvattingen en Nectar

Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 6 Voortplanting

Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 6 Voortplanting

Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1. Dit boek wordt gebruikt in 4vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 6: Voortplanting


Nectar samenvatting boek informatie

  • Titel: Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1
  • Auteur: Bijsterbosch e.a.
  • Uitgever: Wolters-Noordhoff
  • ISBN: 9789001319205
  • Verkrijgbaar bij de reguliere boekwinkels.

Bekijk de andere hoofdstukken in de Nectar special.

6.1 Het begin is er

Bevruchting: (gebruik bron 1 op blz. 160 van het boek)
  • Een aantal zaadcellen dringt door follikelcellen
  • Zaadcel hecht zich op bindingsplaats, laat enzymen los wat de eischil afbreekt.
  • Membramen smelten samen
  • Kern zaadcel dringt binnen in cytoplasma eicel.

Hierdoor wordt er een nieuwe reactie op gang gebracht: bindingsplaatsen vernietigd.
  • Na 30 uur: 1e deling
  • Na 3 dagen: 16 cellen (door klievingsdeling: cellen worden niet groter)
  • Na 5 dagen: door trilharen van eileiders naar baarmoeder gebracht. Bij aankomst zijn er ongeveer 100 cellen, hierna volgt innesteling (nidatie) in de baarmoederslijmvlies.

Rangschikking cellen (bron 2 blz. 161):
  • Trofoplast (beschermcellen buitenkant, produceert het hormoon HCG)
  • Kiemschijf (hier ontstaat embryo, en 2 holtes met vocht: ene holte + trofoblast: amnion en chorion (2 vruchtvliezen, vormen buitenkant van stootkussen van vruchtwater), tweede dooierzak waar eerste bloedcellen worden gevormd)
  • Villi (uitstulpsingen in trofoblast die voedingsstoffen en zuurstof kunnen opnemen, CO2 en afval afgeven)
  • Hechtsteel (transportweg tussen trofoblast en kiemschijf)
  • Placenta: bevat bloedvaten van moeder en foetus, hier wordt de navelstreng verbonden.

Na 3 weken: bloedvatenstelsel wordt gevormd, bloedvaten en hechtsteel vormen navelstreng, met 2 slagaders en 1 ader.
Na 8 weken: organen in aanleg, 3cm, wordt nu foetus genoemd
Na 3 maanden: placenta produceert hormonen.

Verslaving tijdens zwangerschap kan verslaafde kinderen ter wereld brengen.

6.2 Zaadcel/eicel

Gameten: voortplantingscellen
Haploïd: 23 verschillende chromosomen in gameet
Diploïd: 2 x 23 chromosomen na samensmelting (23 van vader, 23 van moeder)
Meiose: type celdeling bij gameten, het DNA verdubbeld zich vlak voor meiose en chromatiden gaan uit elkaar (bron 6 en 7 op blz. 164).

Mitose:
  • Profase I: chromosomen rollen op, afbraak kernmembraan, centriolen delen.
  • Metafase I: chromosomen paarsgewijs in equatorvlak, spoelfiguur gevormd
  • Anafase I: chromosomenparen verdeeld, van elk paar 1 exemplaar naar pool
  • Telofase I: chromosomen despiraliseren, kernmembraan gevormd.
  • Profase II: chromosomen rollen op, kernmembraan afgebroken, centriolen delen
  • Metafase II: chromosomen in equatorvlak, spoelfiguur gevormd
  • Anafase II: chromosomen gesplitst, chromatiden van elk chromosoom gaan van elkaar af
  • Telofase II: kernmembraan gevormd, cytoplasma deelt

In de eierstok (ovarium) zijn eicellen omgeven door follikencellen (Follikel = follikelcellen + eicel). Eicellen ontstaan uit oöcyten. Bij de geboorte van een meisje zijn zo’n 400 000 follikels aanwezig, er komen maar zo’n 400 tot rijping.

Eind profase 1: DNA verdubbeld + chromosomen gespiraliseerd. In elke menstruatiecyclus wordt in 1 van de follikels meiose 1 voltooid m.b.v. hormonen. Aantal follikels zwellen op door vocht opname. Meesten sterven af, 1 ontwikkelt zich en levert eicel op.
Meiose 1: levert 2 haploide cellen (toekomstige eicel + poollichaampje dat afsterft).

Toekomstig eicel begint aan meiose 2, blijft steken in de metafase. Eicel komt vrij uit het ovarium (de eierstok), de eisprong vindt plaats. Pas bij bevruchting wordt de meiose 2 afgemaakt.

Als er 2 eicellen tegelijk uit follikel komen: twee-eiige tweeling. Dit kan ook ontstaan door een gelijktijdige rijping van twee follikels.

Meiose begint bij mannen in de pubertijd. Dit gebeurt in de testes. Wanden van zaadbuisjes bestaan uit oerkiemcellen. Deze delen steeds mitotisch. Elke deling levert een spermaocyt plus kiemcel op. Na meiose 1 en 2 blijven de 4 haploide cellen even met elkaar verbonden (cytoplasma bruggen). Vervolgens cellen differentiëren zich tot zaadcellen. Bij de differentiatie stoten cellen bepaalde delen af en krijgen ze een staart. Vorming zaadcel duurt +/- 24 dagen.

Epididymis: bijbal, zaadcellen rijpen hier verder en worden er opgeslagen. Wand hiervan heeft spiercellen, ze stuwen zaadcellen naar zaadleider.
Sperma: bestaat voor 10% uit zaadcellen en voor 90% uit zaadvocht.

Eicellen ontstaan dus door meiose in een eierstok en zaadcellen in een zaadbal.

6.3 Een oproep aan de organen.

Hormoonstelsel: werkt via de hypofyse, dit orgaantje geeft hormonen FSH en LH aan bloed af. Deze hormonen werken in op cellen in bepaalde geslachtsorganen, die maken gameten of gaan zelf hormonen afgeven.
Zenuwstelsel: werkt via hypothalamus (geeft via zenuwbanen hormonen aan hypofyse)
Hormonen: signaalstoffen die door het lichaam circuleren.
FSH: follikel stimulerende hormoon
LH: luteïniserend hormoon.

Follikel maakt oestrogeen: zorgt voor de opbouwfase van het baarmoederslijmvlies.
Remt daarnaast FSH productie en stimuleert LH (hierdoor wordt FSH minder, en door de LH vindt ovulatie plaats, en is bevruchting mogelijk)

LH stimuleert het gele lichaam, waardoor gele lichaam progesteron gaat maken.
Progesteron: zorgt voor de opstapelingsfase v/d baarmoederslijmvlies.
  • remt FSH
  • remt LH: Gele lichaam verschrompelt dat daardoor ophoudt met progesteron maken. Hierdoor geen opstapelingsfase meer (menstruatie).

Wel bevruchting: (dag 14) dan gaat de zygote in de eileider en er vinden klievingsdelingen plaats. Dag 21 vindt de innesteling plaats en maakt de zygote die nu embryoblast wordt genoemd het hormoon HCG dat lijkt op LH . Het gele lichaam blijft dus progesteron maken waardoor er geen menstruatie plaatsvindt.

Zodra de trofoblast is ingenesteld blijvt het HCG maken dat via placenta in baarmoederbloed komt. Effecten van HCG bij moeder: vorming van FSH en LH blijven geremd. Daardoor komen tijdens de zwangerschap geen nieuwe follikels tot rijping.

Signalen van weeën komen door prostaglandine: hormonen die de moeder maakt (zorgt o.a. voor de samentrekking van het spierweefsel van de baarmoederwand).

Oxytocine: hormoon die hypofyse maakt als geboorte gaat plaatsvinden, stimuleert samentrekking spieren baarmoederwand (weeën).
Prolactine: hormoon dat moeder vormt rond de geboorte van haar kind, dit hormoon bevordert de melkvorming.

6.4 Ingrijpen in de vruchtbaarheid

In Amerika zijn er veel tienermoeders, daarom laten docenten leerlingen ervaren hoe het is om voor een baby te zorgen.

Voorbehoedsmiddelen grijpen in het proces van bevruchting en innesteling in.
  • Sterilisatie: eileiders of zaadleiders worden onderbroken
  • .
  • Morning-afterpil: binnen 48 uur slikken, voorkomt innesteling
  • Morning-afterspiraaltje: tot 5 dagen na contact geplaatst.
  • Abortus: kindje laten weghalen.

15% van paren in Nederland is minder of onvruchtbaar. Door uitstellen van kinderen krijgen, voedingstoestand, roken en alcohol, anorexia, temperatuurstijging in testes worden de kansen op nakomelingen minder.

IVF (In Vitro Fertilisatie): reageerbuisbevruchting.

Vrouw krijgt hormonen toegediend, meerdere follikels komen rijpen. Als follikels groot genoeg zijn, haalt arts ze uit ovarium. In kweekschaal rijpen eicellen nog verder. Dan wordt de eicel apart in petrischaaltje met 50000 zaadcellen gelegd: inseminatie. Na 48 uur bestaat embryo uit 4 – 8 cellen. Er worden na verloop van tijd een aantal embryo’s in baarmoeder van de vrouw teruggezet, hopelijk zal er dan een uitgroeien tot een gezonde baby.

6.5 Virussen

HIV: humaan immunodeficiëntie virus (het virus tast het menselijke immuunsysteem aan).
Seropositief: als een menselijk lichaam antistoffen tegen HIV bevat.

Virussen bestaan niet uit cellen met organellen, wel uit DNA of RNA, omgeven door eiwitmantel: hechten zich aan receptoren op het celmembraan.
HIV: retrovirus, RNA, er gaat een bijzonder enzym mee de cel in, reversetranscriptase.

Aids:
besmetting HIV, zware griepverschijnselen (duurt enkele weken). Na 3 – 6 maanden kan arts aantonen dat iemand seropositief is. Virus lijkt verdwenen, kan 3 – 10 jaar duren. Het aantal virusdeeltjes in bloed stijgt enorm en aantal afweercellen daalt dramatisch. Geen afweer meer tegen bacteriën en virussen in normale omgeving. Infecties. Patiënt overlijdt.

Herpes simplex: DNA-virus. Veroorzaakt pijnlijke plekken en zweertjes op geslachtsorganen. Na periode van 10 –14 dagen verdwijnen ze spontaan, maar kan in centraal zenuwstelsel jarenlang blijven zitten. Kan ineens weer actief worden.

Zwangere vrouwen die met Herpes simplex besmet zijn, kunnen het virus tijdens de bevalling op het kind overbrengen. Bij 60% van de pasgeborenen is dit virus dodelijk. Bij overlevende kinderen veroorzaakt het virus blindheid of schade aan het zenuwstelsel.
© 2007 - 2010 Victorho, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 26-12-2007, laatst gewijzigd op 24-10-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Victorho is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Gerelateerde links

Stebo Particulier Onderwijs, Studieboeken van Selexyz en Toetsjekennis.nl.

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Nectar biologie bovenbouw vwo

Reageer op het artikel "Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 6 Voortplanting"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.