
Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 3 DNA
Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1. Dit boek wordt gebruikt in 4vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 3: DNA: het management van je cellen.
Nectar samenvatting boek informatie
- Titel: Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1
- Auteur: Bijsterbosch e.a.
- Uitgever: Wolters-Noordhoff
- ISBN: 9789001319205
- Verkrijgbaar bij de reguliere boekwinkels.
Bekijk de andere hoofdstukken in de Nectar special.
3.1 DNA: geheimtaal?
Wetenschappers zijn sinds enkele jaren in staat om het DNA van organismen te veranderen. In celkernen zit DNA, maar ook bacteriën (die geen celkern hebben) hebben DNA. In DNA is vastgelegd in codevorm de erfelijke aanleg van organismen, het bevat eigenschappen. Bij menselijke cel is DNA verdeeld over 46 chromosomen. Elk chromosoom bestaat uit 1 DNA-molecuul en een aantal eiwitten (histonen) voor de stevigheid.James Watson en Francis Crick beschreven dat DNA de vorm heeft van een moleculaire wenteltrap, een dubbele helix. De leuningen van de wenteltrap bestaan uit fosfaatgroepen en suikermoleculen (deoxyribose) die om en om in 2 lange ketens gerangschikt zijn. De ketens zijn als spiralen om elkaar heen gewonden (de wenteltrap). Aan elk suikermolecuul zit een stikstofbase, 4 soorten:
- Adenine (A)
- Cytosine (C)
- Guanine (G)
- Thymine (T)
Nucleotide: fosfaatgroep, suikermolecuul en stikstofbase samen.
Deze ketens zijn complementair, ze horen dus bij elkaar: A-T en C-G vormen koppels. De volgorde waarin de stikstofbasen in het DNA voorkomen, vormt de code waarmee erfelijke informatie is vastgelegd. Een andere stikstofbase-volgorde betekent andere informatie.
3.2 ‘…en we noemen hem Hugo’
In een niet-delende cel zijn de chromosoomdraden zo dun dat ze met lichtmicroscoop niet te zien zijn.- Chromosomen: informatiedragers van de cellen
- Menselijk genoom: set van 46 chromosomen die samen bij de mens alle erfelijke info bepalen
Iedereen heeft 23 chromosomen van zijn vader en 23 chromosomen van zijn moeder gekregen. Die 23 chromosomen bevatten alle info, dus zou er theoretisch embryo uit kunnen komen. Er zou dan sprake zijn van een kloon. De DNA-tekst is onderverdeeld in genen, die elk info geven voor een eigenschap. 1 gen levert de info voor 1 eiwit, meestal bepalen meerde eiwitten samen 1 eigenschap.
Allel: genvariant, bijvoorbeeld bloedgroep A van moeder en bloedgroep B van vader.
Verschillende verschijningsvormen van een bepaald gen. Een menselijke cel bevat naar schatting 80000 tot 100000 genen.
Human Genome Organization (HUGO): verantwoordelijkheid voor onderzoek menselijk genoom.
HUGO doet een erg groot biologisch onderzoek, het in kaart brengen van genen van de mens.
3.3 De vertaling
Verschillende eiwitten hebben allemaal een verschillende biologische betekenis in het lichaam. Eiwitmoleculen zijn grote moleculen, de ketens bestaan soms uit duizenden aminozuurmoleculen. Er zijn 20 verschillende aminozuren beschikbaar om eiwitten op te bouwen. Door variaties in het aantal aminozuren, de soorten aminozuren, de volgorde van de aminozuren en de manier waarop ze in een ruimtelijke structuur zijn gevouwen, maakt oneindig veel verschillende eiwitmoleculen mogelijk. De info over de bouw van zo’n molecuul ligt in het DNA. DNA bevat het bouwplan waarmee de cel eiwitmoleculen kan maken.Aminozuur DNA-tripletten:
- Alanine CGA CGG CGT CGC
- Glutamine GTT GTC
- Methionine TAC
- Serine AGA AGG AGT AGC TCA TCG
- Stopcodons (stoptripletten) ATT ATC ACT
Hierboven zie je enkele aminozuren met hun DNA-codes. De onderste 3 tripletten coderen niet voor een aminozuur. Ze geven aan waar de aanmaak van het eiwit stopt. De stikstofbasen met de afkortingen A,T, C en G zijn de letters voor codewoorden die met elkaar een codewoord vormen uit DNA-taal.
- Triplet: codewoord, 3 opeenvolgende stikstofbasen. 1 DNA-triplet vormt de code voor 1 aminozuur in een eiwitmolecuul.
- Gen: hele zin uit DNA-taal, bestaat uit veel 3-letter woorden die samen compleet eiwit coderen. Begint altijd met TAC (aminozuur methionine) en eindigt altijd met een stopcodon.
- RNA: afschrift van gen dat nodig is, komt via kernporiën in cytoplasma
- Ribosoom: dit organel vertaalt de RNA boodschap woord voor woord (elk woord = 1 aminozuur)
Nonsense code: stukken in DNA die geen eiwit coderen, waarvoor wel is onbekend.
De volgorde van de aminozuren in een eiwitmolecuul wordt bepaald door de volgorde van de nucleotiden in het DNA. De erfelijke code is een tripletcode: 3 stikstofbasen coderen voor 1 aminozuur. De aanmaak van eiwitten vindt plaats met behulp van ribosomen, via RNA.
3.4 Stabiliteit van DNA.
Door mutatie van een gen, kan de genetische informatie veranderen, dit is een veranderingen in het DNA.Veel mutaties blijven ongemerkt, bijvoorbeeld als haarkleur-gen in darmcel veranderd. Maar als er mutatie optreedt in geslachtscel, wordt deze mutatie overgedragen aan kind. Mutaties vormen de basis voor de biologische verschillen (variaties) tussen organismen van een soort.
- Genmutatie: er treedt een verandering op 1 plaats in de gen (bijvoorbeeld sikkelcelanemie)
- Puntmutatie: er is 1 base in de genketen veranderd, er ontstaan meerdere allelen van 1 gen.
- Chromosoommutatie: meerdere genen op hetzelfde chromosoom zijn veranderd.
DNA kan door verschillende dingen worden beschadigd, als cel erg beschadigd is vernietigt hij zichzelf.
Wanneer mutatie plaatsvindt in genen die betrokken zijn bij de regeling van de celdeling (regelgenen) kunnen er grote problemen ontstaan. Er kan ongeremde celdeling komen, bijvoorbeeld een tumor (gezwel). Een gezwel kan goedaardig zijn, maar ook kwaadaardig. Kwaadaardig: kanker. Mutaties komen spontaan voor. Bepaalde milieufactoren kunnen de mutatiefrequentie verhogen (bijvoorbeeld straling).
3.5 Goochelen met genen en mensen
Met behulp van moderne technieken kan van iedereen het DNA-patroon worden vastgelegd. Erfelijke aandoeningen zijn dan op te sporen. Maar DNA-patroon kan ook nadelen met zich meebrengen.- Ethiek: het formuleren van wat we de grens vinden tussen aanvaardbaar en onaanvaardbaar.
- Normen: gedragsregels
- DNA-fingerprint: patroon van je DNA, altijd uniek. Enzymen knippen DNA in stukjes, in een elektrisch veld worden delen uit elkaar getrokken door verschil in massa en elektrische lading. De basenvolgorde wordt hierdoor vastgesteld.
- Genenpaspoort: informatie van je DNA wordt hierin vastgelegd.
- Pre-embryo’s: als erfelijke ziekte wordt geconstateerd kan embryo worden weggehaald
- Gentherapie: soms mogelijk bij pre-embryo’s, de defecte gen repareren of vervangen door gezond gen
- COGEM: Commissie Genetische Modificatie, geeft advies over gentherapie bij pre-embryo’s.
Gerelateerde links
Toetsjekennis.nl, Stebo Particulier Onderwijs en Studieboeken van Selexyz.Verwante artikelen
- Nectar biologie 2 deel 2: 14. Grenzen aan groei: Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 2. Dit boek wordt gebruikt in 6 vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 14: Grenzen aan gro…
- Nectar biologie 2 deel 2: 11. Begin bij… een eiwit!: Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 2. Dit boek wordt gebruikt in 6 vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 12: Verbeter de…
- Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 8 Werken met genen: Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1. Dit boek wordt gebruikt in 4vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 8: Werken met…
- Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 1 Gedraag je!: Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1. Dit boek wordt gebruikt in 4vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 1: Gedraag je!
- Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 7 Erfelijkheid: Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1. Dit boek wordt gebruikt in 4vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 7: Erfelijkheid
Bronnen en/of referenties
- Nectar biologie vwo bovenbouw

Reageer op het artikel "Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 3 DNA"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

