
Identity and Cultural Studies: Is That All There Is?
Lawrence Grossberg wil zich richten op de relatie tussen cultural studies en de politiek van identiteit en verschil. Hij bekijkt hierbij het resultaat van de postkoloniale theorie en de kritische rassentheorie. Hij wil af van de voortdurende focus op identiteit. Hij vindt dit zelfs problematisch. We moeten wel over identiteit spreken, maar dan wel op een andere manier.
Grossberg vraagt zich af of iedere machtsstrijd geregeld en begrepen moet worden in termen van identiteit. Hij wil de term identiteit en de plaats hiervan in cultural studies herdefiniëren. Hij wil identiteit plaatsen in de ruimere context van machtsformaties. Hij vindt dat cultural studies zich bezig zou moeten gaan houden in de richting van het tot stand komen van een singuliere gemeenschap. Om dit te bereiken wil Grossberg gebruik maken van drie begrippen die tegenstrijdig zijn met de gebruikelijke termen: de logic of difference, de logic of individuality en de logic of temporality. De begrippen die Grossberg hiertegenover stelt zijn de begrippen: de logic of otherness, de logic of productivity en de logic of spatiality.
Identity and difference in cultural studies
Volgens Stuart Hall bestaan er twee vormen van de productie van identiteit:- Iedere identiteit, samengesteld uit een gemeenschappelijke afkomst of gemeenschappelijke structuur van ervaring, bevat intrinsieke en essentiële inhoud. In een identiteit is men voortdurend op zoek naar authenticiteit. Identiteiten zijn volledig gevormd.
- Het is niet mogelijk om authenticiteit te betrekken in identiteit. Identiteiten zijn nooit compleet. Ze zijn onderhevig aan een voortdurend werkend proces.
De nadruk ligt hier op de veelzijdigheid en het verschil tussen identiteiten, in plaats van op een singuliere identiteit, waar Grossberg uiteindelijk naar streeft. Identiteit is een culturele samenstelling. In cultural studies kijken we echter nog steeds naar een gemeenschap alsof we naar een enkel individu kijken, terwijl identiteit een sociale constructie is.
De genoemde modellen van Stuart Hall, en dan met name de tweede, beschrijven waar het in cultural studies om gaat. Het is echter niet eenvoudig om één correcte theoretische positie in te nemen, omdat er in cultural studies verschillende figuren door elkaar heen lopen. Deze figuren zijn we in eerdere teksten al tegengekomen maar worden nu nog even kort behandeld. Ik vind zelf dat de definities van deze begrippen nogal onduidelijk zijn. Maar dat komt natuurlijk omdat Grossberg ze in een paar regels moet beschrijven. Ik zal in ieder geval even kort zeggen was de begrippen inhouden.
Allereerst is er de theorie van différance. Deze theorie stelt dat de ondergeschikte identiteit medebepalend is voor de constructie van de dominante identiteit. De ondergeschikte identiteit zorgt voor instabiliteit, waardoor het vormen van een stabiele identiteit niet mogelijk is.
De tweede is de theorie van fragmentation, die de veelzijdigheid van identiteiten benadrukt. Identiteiten zijn altijd tegenstrijdig en worden gevormd uit verschillende losse fragmenten, die historisch bepaald kunnen zijn.
De derde is de theorie van hybridity. Grossberg gebruikt deze term om drie verschillende opvattingen van border-existence te beschrijven:
- Images of Third Space: ondergeschikte identiteiten bestaan in de ruimte die tussen twee met elkaar concurrerende identiteiten overblijft.
- Images of Liminality: de ondergeschikte identiteit bestaat alleen op de grens tussen de twee concurrerende identiteiten.
- Border-crossing: hier bestaat geen ruimte voor de ondergeschikte identiteit. Hij verplaatst zich voortdurend tussen de ruimtes van de concurrerende identiteiten. De nadruk ligt hierbij op mobiliteit, onzekerheid en veelzijdigheid.
Als laatste komt de theorie van diaspora. Diaspora benadrukt de historische, ruimtelijke beweeglijkheid van identiteit. Het verbindt identiteit met ruimtelijke locatie en identificaties. De genoemde theorieën worden bekritiseerd vanwege het ontbreken van essentiële aspecten. Zo verwijt men de theorieën dat ze de ondergeschikte identiteit buiten beschouwing laten, terwijl deze bij de vorming van identiteit enorm belangrijk kan zijn.
Cultural identity and the logic of difference
Ook Grossberg bestrijdt de genoemde theorieën, omdat ze niet in staat zijn moderne machtsformaties te bestrijden. Dit komt omdat zij steeds binnen de vormen van difference, individuality en temporality blijven, die Grossberg juist wil vervangen door zijn drie alternatieven van otherness, productivity en spatiality.Grossberg begint met de logic of difference. Volgens hem bestaat er een relatie tussen identiteit en moderniteit. Het moderne creëert een eigen identiteit door zich te onderscheiden van de ander. Zo onderscheidt moderniteit zich bijvoorbeeld van traditie. Identiteit wordt voor een groot deel gevormd uit verschil, het is een sociale constructie. Het moderne vormt zichzelf dan eigenlijk niet als identiteit, maar als verschil. Het moderne is dus een productie van verschillen.
Grossberg wil de theorie van difference vervangen door zijn theorie van otherness. De theorie van difference houdt in dat de betekenis van een term volledig afhangt van zijn relatie tot andere termen. De theorie van otherness houdt in dat culturele verschillen historisch bepaald zijn. Verschillen zijn dus niet bepalend voor identiteit. Men beseft dat er een ander is, maar die ander is zelf geen ander voor iets. Deze ander leeft als zichzelf op zijn eigen locatie. Zo wisten wij dat er vroeger in de koloniale periode andere mensen leefden in Afrika, maar zij wisten niets van ons. Zij voelden zichzelf geen ander, terwijl ze dat voor ons wel waren.
Grossberg geeft zeer duidelijk de voorkeur aan de theorie van otherness. Als voorbeeld wordt het Oriëntalisme van Edward Said gegeven. Volgens Said is het Oriëntalisme er om onszelf te onderscheiden van anderen. Deze theorie ging niet meer op, dus kwam hij met het idee dat het Oriëntalisme een manier van denken is, gebaseerd op een epistemologisch onderscheid tussen Oost en West. De Oosterse identiteit is een constructie van koloniale verhandelingen, het is een product van koloniale machtsverhoudingen. Grossberg verklaart dat er minstens drie verschillende posities zijn voor het bestaan van de Oriënt:
- De ander (oriënt) wordt gezien als negatief zelfbeeld van de occident.
- De twee zijn in ongelijke relatie met elkaar, een ieder definieert zichzelf door anders dan de andere te zijn.
- Saids belangrijkste punt: de ander (oriënt) bestond onafhankelijk van de oriëntalist. Het ging hier om de uitbuiting en dominantie van de oriëntalist over de oriënt.
Cultural identity and the logic of individuality
Dan gaat Grossberg het hebben over de logic of individuality, die hij wil vervangen door de logic of productivity. De logic of individuality houdt in dat de moderne humanistische individu gebaseerd is op de identificatie van drie verschillende zaken:- De subject als een positie die de mogelijkheid en bron van ervaring bepaalt.
- De handelend persoon als positie van activiteit.
- De zelf als teken van sociale identiteit.
Deze drie zaken bepalen hoe individuen in de wereld passen. Belangrijk hierbij is de notie van subject. Subjectiviteit is een waarde die voor iedereen geldt, aangezien iedereen de wereld op zijn eigen manier ervaart. Iedereen heeft een bepaalde vorm van subjectiviteit en een ieder bestaat dus als subject. Maar omdat iedereen als een subject leeft, zijn wij ook in bepaalde posities geplaatst, waardoor de mogelijkheden van ervaring en het representeren van die ervaring beperkt worden. Identiteitskwesties hebben dus te maken met sociale structuren. Daarnaast is het ook belangrijk om in te zien dat sociale structuren van belang zijn voor de handelingsbekwaamheid van individuen.
Cultural identity and the logic of temporality
Het moderne wordt naast difference en individuality ook gedefinieerd door temporality, een term die Grossberg wil vervangen door de logic of spatiality. Doordat men tijd als meer fundamenteel beschouwde dan ruimte, kwam men tot de conclusie dat identiteit een historische constructie is.De drie eerder genoemde zaken, subjectiviteit, identiteit en handelingsbekwaamheid zijn ook gevormd onder invloed van tijd. Zo kun je subjectiviteit zien als het als interne tijdsbewustzijn. Identiteit is weer een constructie van verschillen gevormd onder invloed van tijd. En handelingsbekwaamheid kenmerkt zich als tijdelijke vervanging van verschillen.
Grossberg wil de argumenten subjectiviteit, identiteit en handelingsbekwaamheid in verband brengen met ruimte ofwel spatiality, waarvan subjectiviteit hierbij het meest duidelijk is, want mensen ervaren de wereld eerder vanuit een bepaalde locatie dan in een bepaalde tijd. Over identiteit in de ruimte zegt Grossberg dat er verschillende manieren van ruimtelijk bestaan zijn. Zo zijn er in een stad mensen die op één plaats blijven, maar er zijn ook mensen die zich voortdurend tussen verschillende locaties verplaatsen. Tenslotte zal duidelijk zijn dat men bij handelingsbekwaamheid zelf verantwoordelijk is voor de invulling van ruimte. Het hangt hier af van de gestructureerde mobiliteit die mensen toegang tot andere plaatsen geven. Deze plaatsen zijn tijdelijke punten van verbondenheid, identificatie, oriëntatie en installatie. Hierdoor kan men de historische mogelijkheden en activiteiten beïnvloeden.
Culture and the politics of singularity
Grossberg is dus geïnteresseerd in de aanduiding van de alternatieve logics of otherness, production en spatiality voor een theorie van menselijke handelingsbekwaamheid en historische verandering. Dit alles leidt naar een concept van verbondenheid zonder identiteit, hetgeen singularity wordt genoemd. Men kan hierdoor anderen respecteren zonder die anderen te absorberen.Uit het voorbeeld blijkt dat er onder de aanwezige mensen een plotselinge verbondenheid ontstond, die niet van te voren was georganiseerd. Deze singuliere identiteit komt direct na een belangrijke gebeurtenis tot stand. In het geval van het voorbeeld is zo’n plotselinge verbondenheid natuurlijk ideaal, omdat de autoriteiten geen schuldige kunnen aanwijzen die de opstand in gang gezet had. Een singuliere gemeenschap valt dus niet te begrijpen voor een totalitaire macht. Zo’n verbondenheid van identiteiten is totaal anders dan de subjectieve manier, vandaar dat dit Grossberg aanspreekt. © 2007 - 2009 Johndavis, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 16-11-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Johndavis is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Diaspora's - in ballingschap leven: Diaspora's zijn in ballingschap levende etnische of religieuze gemeenschappen. Dit zijn gedwongen migraties, vanwege oorlogen, genocide, slavenhandel, hongersnood of vervo…
- Met OpenID geen wachtwoorden meer vergeten: De meeste mensen zijn lid van verschillende websites en webwinkels. Dat betekent dat er veel gebruikersnamen en wachtwoorden onthouden moeten worden. "Ik ben mijn…
- Je hebt je studies beëindigd? heb je recht op een uitkering?: Je hebt je studies beëindigd? Heb je recht op een uitkering? Wanneer heb je recht op een uitkering? Hoe worden je uitkeringen bepaald?
- De beschaving der Chaldeeërs: De Chaldeeërs, ook bekend als Nieuw-Babyloniërs waren de laatste Semitische heersers in Mesopotamië. Hierna werd kwam de macht in handen van de Perzen en later gingen ook Grieke…
- Cultuur en democratische ontwikkeling: de Cultural Thesis: Is er een verband tussen cultuur (of religie) en de mate van democratische ontwikkeling binnen een land? Dit is een vraag die nu erg prominent is, z…

Reageer op het artikel "Identity and Cultural Studies: Is That All There Is?"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

