Natuuronderwijs in het basisonderwijs

Bij natuuronderwijs wordt gebruik gemaakt van de onderwijsstijl ‘ontdekkend leren’ wat inhoudt dat zowel de kinderen als de leerkracht bijdragen aan de inhoud van het onderwijs. Deze benadering neemt de interesse van kinderen serieus, moedigt de kinderen aan om een onderzoekende houding te hebben en om samen met de leerkracht een bevredigend antwoord te vinden.

Doelstelling

Natuuronderwijs is erop gericht kinderen zicht te geven op samenhangen in de materiële werkelijkheid, waarmee het leven van mensen onlosmakelijk is verbonden.

Wat komt er aan de orde?

In de lessen natuuronderwijs komen verschillende soorten vragen aan de orde.
  • Waarderingsvragen: hiermee maak je kinderen bewust van de waarde die zij toekennen aan de natuur.
  • Denkvragen: zoals ‘waarom-vragen’, ‘voorspellingsvragen’.
  • Operationele vragen/werkvragen: deze vragen nodigen uit om iets met het materiaal te doen dat het antwoord oplevert.
Bijvoorbeeld: welke kleuren zie je in de zeepbel? Wat gebeurt er met de suiker als je deze in het glaasje met water doet? Hoe kun je deze kleur namaken? De operationele vragen zijn op te splitsen in de waarnemingsvragen, vergelijkingsvragen, meetvragen, gevolgenonderzoek, etc.

Concretisering

Ook is het belangrijk dat je de kinderen met concrete materialen laat werken en ontdekken. Bekende spullen uit de omgeving van de kinderen zijn vaak effectiever dan de leermiddelen van uitgevers. Je kiest bepaalde materialen a.h.v. bepaalde overwegingen:
  1. Zijn de kinderen vertrouwd met het materiaal?
  2. Kunnen ze er gemakkelijk mee omgaan?
  3. Welke zijn de risico’s in de omgang met het materiaal?
  4. Hoe kom je aan het materiaal?

Afwisselende werkvormen hanteren: practicum, veldwerk, demonstratiekring, observatiekring, ontdekdozen, ontdekhoek, werkstuk maken, etc.

Structuur

Om structuur in je les aan te brengen waarbij de kinderen toch zelf aan het ontdekken gaan, kun je gebruik maken van het 5-stappenplan:
  1. Introductie: er komt iets binnen.
  2. Spontane verkenning: vrij exploreren of aanrommelen.
  3. Onderzoek en vastleggen van resultaten: vraag het de meester/juffrouw zelf maar.
  4. Rapportage/communicatie over ontdekkingen: vertel het elkaar.
  5. Verbreding/verdieping: toepassing en de meester/juffrouw vertelt misschien ook nog.

Er wordt gewerkt vanuit het driehoeksmodel: waarnemen, denken, handelen. Deze drie begrippen kunnen elkaar telkens opvolgen en kunnen elkaar op verschillende manieren opvolgen.

Bij natuuronderwijs behandel je de verschillende aandachtsgebieden: biologie, natuurkunde, scheikunde en techniek.

Tips

Een goede les natuuronderwijs is geen ‘begrijpend leesles’.
Methode niet blindelings volgen, maar flexibel gebruiken met aanpassing van lessen aan niveau, beleving en interesse van kinderen (werkvormen, tempo, etc.).
© 2010 - 2012 Rosie86, gepubliceerd in Methodiek (Educatie en School) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
De zorgkast, een signaleringsinstrument voor basisonderwijs Vandaag de dag staan leerkracht en basisschool met lege hande…
De Wereldschool De wereldschool geeft onderwijs aan Nederlandstalige kinderen die voor een langere tijd in het buitenland…
Schoolvakanties 2010 en 2011 Bekijk in dit artikel de data van alle schoolvakanties. Er wordt aandacht besteed aan zowel…
Feestdagen, schoolvakanties en vrije dagen 2011 en 2012 Wanneer zijn de vrije dagen, schoolvakanties en de feestdagen van…
Wat kost het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs? Een studie voor de kinderen kost jaarlijks duizenden euro’s. Het…

Reageer op het artikel "Natuuronderwijs in het basisonderwijs"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Rosie86
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Methodiek
Schrijf mee!