
Portrettekenen naar levend model
Portrettekenen lijkt misschien gemakkelijk, maar wat valt dat tegen! Een portret uit je fantasie wil nog wel lukken. Twee ogen, een neus, een mond en misschien nog een of twee oren. Het haar eromheen gedrappeerd. We tekenen een ovaal gevuld met symbolen. De symbolen voor oog, neus, mond, die kennen we wel. Maar daarmee lijkt ons portret helaas niet op de geportretteerde. Wat doen we verkeerd? En hoe pakken we het wel aan?
Voorbereiding
Als je de eerdere artikelen in deze special hebt gelezen en de oefeningen met blindelings contourtekenen met succes hebt volbracht, kun je je gaan wagen aan het portrettekenen. Je hersenen zijn er misschien inmiddels al aan gewend of zullen er in de loop van de tijd aan wennen om eerst naar de negatieve ruimten te kijken. Bovendien heb je ervaren hoe je deR-modus kunt inschakelen zodat je je niet door je symboolkennis in de war laat brengen. Het echte tekenen kan beginnen.
Levend model
Hiervoor heb je een levend model nodig dat een half uur tot drie kwartier (met 1 á 2 pauzes) wil en kan stilzitten in een ongedwongen houding. Schakel dus je familieleden of vrienden maar in. Let op de omtrek, contour, hoek en al dan niet gebogen lijn van de diverse onderdelen. Echter: benoem ze niet (het zijn nu even geen gezichtsdelen); ook niet in gedachten!Zo ga je te werk:
- Maak het tekenpapier vast op een stevige ondergrond.
- Ga zó zitten dat je het model en profil ziet, op ca. 1, 5 m afstand (niet veel meer!) zodat je alle details goed kunt zien, anders grijp je automatisch terug op symbolen.
- Begrens het profiel van je model met een zoeker of met hand en potlood. concentreer je eerst op de negatieve ruimte rond het hoofd en wacht rustig tot je die ruimte als vorm ziet opkomen.
- Concentreer je op het lege vel en projecteer de omtrek van het hoofd erop (dus de binnencontour van de lege ruimte). Trek eventueel in de lucht boven het papier met potlood de omtrek van het hoofd. Nu weet je hoe groot het hoofd zal zijn en hoe je het in het vlak zult plaatsen.
- Begin nu te tekenen, het maakt niet uit waar, want uiteindelijk vallen alle stukjes in elkaar.

- Omgrens nogmaals het hoofd en concentreer je op de lege ruimte achter voorhoofd en neus. Wacht tot je die als vorm ziet opkomen (dus tot de linkerhersenhelft het overdraagt aan de rechterhersenhelft.) Trek dan die binnenste contourlijn van de lege ruimte, taxeer de hoeken door een oog te sluiten en houd je potlood verticaal tegen de meest uitstekende punt (neuspunt). Teken de profiellijn verder, taxeer punt voor punt en vergelijk de diverse lengtes van de lijnen met elkaar.
- Oog: Oogleden hebben dikte! Teken het oogwit om niet in de valkuil van het irissymbool te vallen. Zo omzeil je alle moeilijke elementen: door de ruimte eromheen te tekenen. Let op de richting van de wimpers, hoe de omtrek van het oog onder een bepaalde hoek ten aanzien van de buitenste profiellijn staat, met andere woorden: hoe schuin de hoek is van de oogappel t.a.v. het ooglid.
- Neus: Pas op voor het neus-symbool en concentreer je op de aangrenzende ruimte. Om de neusgaten correct te tekenen concentreer je je op de ruimte onder de neusvleugelrand.
- Mond: Bij veel gezichten en profil liggen neuspunt, rand van boven- en onderlip nagenoeg op één schuine lijn. Kijk bij je model naar die punten en onthoud de hoek van de lijn door deze punten.
- Bekijk eerst de verhoudingen van dit deel tot de complete omtrek van het hoofd. Bekijk de betrekkingen van de onderdelen met andere delen van het hoofd. Bekijk de betrekkingen van de onderdelen tussen de delen onderling. Let weer op de negatieve ruimten! Merk op dat de omtrek van de lippen geen harde lijn is, maar een zachte overgang in tint. De vorm van de bovenlip speelt een belangrijke rol in de weergave van de gelaatsuitdrukking van het model, let dus vooral weer op de aangrenzende ruimte. Hoe lang is de binnenlijn van de mond ten aanzien van de pupil/neus?
- Kin: Hoever steekt de kin naar voren ten opzichte van neus en bovenlip?
- Bril: Teken de ruimte rondom de bril, teken wat je ziet!
- Nek, hals, keel: Gebruik weer de lege ruimte voor de hals (keel) om de contourlijn onder de kin en langs de voorzijde van de keel weer te geven. Bepaal de hoek die deze halslijn maakt met de vertikaal. Ga naar waar de aanzet van de nek is ten opzichte van neus en mond.
- Kraag: Pas op voor taaie symbolen. Teken dus vooral de negatieve ruimte, in dit geval keel en nek om de bovenrand van de kraag goed te tekenen.
- Oor: Meet met een potlood tegen het hoofd van het model de verhouding tussen de onderste en bovenste helft van het hoofd. Leg het potlood op de tekening en meet de afstanden. Geef aan waar de kruin is. Meet de positie van de achterrand van de oorschelp aan de hand van de afstand achterste oogpunt – kinrand (gelijkzijdige- rechthoekige driehoek) en geef dit met een streepje aan. Teken de omtrek van de ruimte achter het oor, dan het binnenste van de oorschelp waarbij je steeds let op de aangrenzende vorm. Vergelijk de grootte van het oor met het gelaat: waar ligt de bovenrand, waar het oorlelletje. Oren kunnen soms opvallend groot zijn!
- Haar: Een gemakkelijke manier om haar te tekenen is er niet, geen symbool voor haar! Het is weer een kwestie van nauwkeurig observeren: lijnenspel, krullen, strengen, slierten, krommingen, draaiingen, golven, krulletjes, enz. Vermijd oppervlakkige, ijle lijnen, anders kun je net zo goed HAAR dwars over de schedel schrijven.
Je kunt ook de tekening vlak naast het model houden en de negatieve ruimten vergelijken. Om niet te kritisch te worden is dit het moment om je eerste tekeningen (uit de vorige artikelen) tevoorschijn te halen: zie het verschil!
Aanvullende oefeningen:
- Kopieer een door een oude meester getekende kop-en profil. Ga zowel buiten als binnen de omtrek van het hoofd van negatieve ruimten uit. Vermijd ‘lastige’ delen door de telkens aangrenzende vorm(en) te tekenen. Als je wilt kun je het portret ook op zijn kop kopiëren.
- Als je net een mannenportret gekopieerd hebt, kopieer dan nu een vrouwenportret.
- Bekijk alle mensen die je in de loop van de dag(en) ontmoet alsof het potentiële modellen zijn. Stel je voor hoe de portretten eruit zouden zien in de stijl van de oude meesters.
Je hersenen zullen er in de loop van de tijd aan wennen om eerst naar de negatieve ruimten te kijken. Blijft je linkerhersenhelft pruttelen – dat komt voor – , doe dan een korte oefening blindelings contourtekenen. Als je dit onder de knie hebt kun je verder gaan met leren hoe (3/4) en face portret te tekenen. © 2008 - 2010 Stine, gepubliceerd in Methodiek (Educatie en School) op 18-12-2008, laatst gewijzigd op 14-01-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Stine is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- De verloren zoon: Lucas 15 vers 24: Want mijn zoon hier was dood, en is weer levend geworden, hij was verloren, en is gevonden. En zij begonnen feest te vieren. Lucas 15: 24
- De verloren zoon: Lucas 15 vers 32: Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want deze uw broeder was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden.
- Tekenen: Een gelijkend portret: Zo bezien is je waarneming van een gezicht strijdig met de in het geheugen opgeslagen symbolen van twee ogen, een neus en een mond. De neus ziet er anders uit dan je gedacht h…
- Tekstanalyse gelijkenis Verloren zoon: Deze tekstanalyse van de gelijkenis van de Verloren zoon geeft in één oogopslag alle tekst weer die gesproken en gedacht worden door de personen in de gelijkenis. De an…
- De verloren zoon: Lucas 15 vers 25: En zijn oudste zoon was in het veld; en als hij kwam, en het huis genaakte, hoorde hij het gezang en het gerei,´Lucas 5 vers 25. De oudste zoon wordt gedurende de gelijken…
Bronnen en/of referenties
- Betty Edwards: Leer tekenen
- Illustraties: Henri Matisse, Charles White, Gustave Courbet

Reageer op het artikel "Portrettekenen naar levend model"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

