Rekenen met letters

Rekenen met letters

In de brugklas of tweede klas krijg je te maken met letterrekenen. Rekenen krijg je al vanaf de basisschool maar nu komen er ook nog eens letters bij kijken. Het onderdeel letterrekenen wordt onderverdeeld in vier onderwerpen. Optellen en aftrekken, Vermenigvuldigen, Optellen, aftrekken en vermenigvuldigen en Haakjes wegwerken.

Rekenen met letters

Het eerste onderwerp is optellen en aftrekken.
Bij optellen en aftrekken moet je ervoor zorgen dat de variabelen(letters) hetzelfde zijn, anders kan je niet optellen of aftrekken. 2a+2a=4a. 2+2=4 en daar plak je de 'a' achteraan. 2a+2b=4ab is FOUT! Dit is fout omdat er twee verschillende letters zijn. 2a+2b=kan niet.
Enkele voorbeelden:
7y-3y=4y
4x+2x=6x
3b+9b=12b
3a+2b=kan niet
9k-9p=kan niet

Het tweede onderwerp is vermenigvuldigen
Bij optellen en aftrekken moet je dezelfde letters hebben. Dat hoeft niet bij vermenigvuldigen. Vermenigvuldigen kan altijd ook al zijn de letters niet hetzelfde.
2A x 3B= 6AB
2L x 9M= 18LM
2A x 2A= 4A²

Je kan altijd vermenigvuldigen. Let wel op dat als je twee letters vermenigvuldigd een kwadraat krijgt in het antwoord.
2A x 2A= 4A² en 2A+2A=4A. Bij optellen krijg je geen kwadraat bij vermenigvuldigen wel, mits je minimaal twee dezelfde letters hebt.

Onderwerp drie gaat over optellen, aftrekken en vermenigvuldigen
Bij dit onderwerp heb je een combinatie van twee. Eerst vermenigvuldig je vervolgens tel je op of trek je af.
2A x 3B + 3A x 3B= 6AB+9AB=15AB
2A x 4A + 3A x 2B= 8A² + 6AB

Bij de eerste som kan je alles optellen omdat de variabelen hetzelfde zijn. de variabelen zijn AB.
AB mag omdat je eerst vermenigvuldigd. Daarna tel je ze bij elkaar op. Bij de twee som mag je niet verder optellen omdat A² niet hetzelfde is als AB.

Onderwerp vier is het laatste onderwerp
Dit laatste onderwerp gaat over haakjes wegwerken.
2A (2B+3C)= 2A x 2B= 4AB, 2A x 3C= 6AC Dus 2A (2B+3C) = 4AB+6AC, verder kan je niet optellen omdat het niet dezelfde letters zijn.

(A+5) (B+4)=
A x B= AB
A x 4= 4A
5 x B= 5B
5 x 4= 20

AB + 4A= 5AB, omdat AB 1AB is. A en AB mag je wel optellen omdat A onderdeel is van AB.
5B + 20= 25B
25AB + 5AB=30AB
AB+20= 20AB
© 2010 - 2013 Serghini, gepubliceerd in Huiswerk (Educatie en School) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Rekenen met breuken Voor velen is het een lastig iets, rekenen met breuken. Of dat je nu op school zit of een ouder bent,…
De Chi-kwadraat toets Met de Chikwadraattoets kun je bepalen of er een verband bestaat tussen twee variabelen. Deze toets…
Rekenmethodes en algoritmes Er zijn veel verschillende methodes om te leren rekenen. Een methode wordt een algoritme geno…
Trucjes om snel te kunnen hoofdrekenen Kun jij 12 × 13 uit je hoofd berekenen binnen 5 seconden? Of 97 × 85? Daar hoef je…
Van kleine instructies naar grote processen Het centrale deel van de computer is de processor, de CPU. De processor voert…

Reageer op het artikel "Rekenen met letters"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Serghini
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Huiswerk
Schrijf mee!