Huiswerk en Ii

Economie tweede fase: intertemporele ruil

Economie tweede fase: intertemporele ruil

Het ministerie van onderwijs heeft al een aantal jaar geleden een commissie benoemd met de heer Teulings als voorzitter. Deze commissie moest onderzoek doen naar wijzigingen binnen het vak economie in de tweede fase. Over anderhalf jaar zal het eerste examen nieuwe stijl een feit zijn. De commissie heet officieel Teulings II, en de commissie heeft bepaald welke contexten en concepten allemaal bij economie horen. In dit artikel een korte uitleg over intertemporele ruil.


Stukje Latijn

Intertemporele ruil lijkt een moelijk begrip. Intertemporeel bestaat uit twee kortere woorden, beiden afkomstig uit het Latijn. Inter betekent 'tussen'. Denk aan intermezzo: een stukje muziek tussen twee grotere stukken in. Of internationaal: tussen twee (of meer) landen. Temporeel komt van tempus, wat 'tijd' betekent. Intertemporeel is dus tussen de tijd, tussen twee tijden in. Intertemporele ruil is dus iets ruilen met twee verschillende tijdstippen.

Ruil is meestal: nu meteen

Een kind wil best zijn barbiepop aan een ander kind geven, maar dan moet dat andere kind wel weer het lego geven waar het mee aan het spelen was. De meest voorkomende vorm van ruil: je ruilt iets met een ander. Beiden geef je iets weg, beiden krijg je iets terug. Ander voorbeeld onder kinderen: je spaart voetbalplaatjes (stickertjes): jij vraagt een sticker die een ander dubbel heeft, hij wil het best geven, maar dan wil hij van jou weer een dubbele. Ruil leidt niet altijd tot blijde gezichten, bekend is natuurlijk het spreekwoord: waar twee ruilen, moet er één huilen. Toen er nog geen geld bestond, was ruil het middel om iets te krijgen wat jij niet had. Je moest zelf iets weggeven waar je genoeg van had, en dan kon je het andere krijgen.

Nu ruilen voor iets in de toekomst

Wanneer is er geen sprake van nu meteen ruilen? Dan gaat het niet om voorwerpen, dan gaat het om jouw eigen toekomst. Jongeren die ervoor kiezen om te blijven leren, en niet al heel vroeg te gaan werken, maken hierdoor een keuze om inkomen van nu, maar vaak ook vrije tijd van nu, in te leveren, en in ruil daarvoor krijg je later een hoger inkomen. Je levert tijd en inkomen nu in voor meer inkomen later. Mensen die al jaren bij een baas werken, volgen vaak cursussen. Soms verplicht, vaak vrijwillig. Het doel van het volgen van zo'n cursus is om bij te leren. Door bij te leren heb je meer mogelijkheden om carriere te maken, om je te ontwikkelen. Het kost je wel vrije tijd, en soms ook geld. Je ruilt je vrije tijd nu voor een betere carriere later.

Het bekendste voorbeeld van intertemporele ruil, waar veel jongeren mee te maken hebben, is een studiefinanciering. Je leent geld bij de Informatie Beheer Groep, en dus eigenlijk bij de overheid. Dat geld moet je later terugbetalen. Met rente. Het lijkt zonde om later geld terug te moeten betalen wat je nu gebruikt. Toch doen de meeste studenten dat. Omdat ze later, dankzij hun studie, ook een hoger inkomen hebben. Zonder studie zou je ook niet hoeven te lenen, je hoeft dan ook niet later terug te betalen, maar omdat je later een lager inkomen hebt (je hebt immers niet gestudeerd), hou je ook minder geld over.

Banken werken graag mee aan een intertemporele ruil. En er is eigenlijk maar één reden waarom banken daaraan mee willen werken: banken krijgen rente. Banken verdienen er geld mee. Dat gaat ook om commerciele leningen: je leent nu geld omdat je een auto wilt maar er eigenlijk geen geld voor hebt. De bank wil het jou best uitlenen, omdat jij bereid bent rente te betalen. Je leent geld omdat je NU de auto wilt, in ruil daarvoor moet je LATER die lening terugbetalen, met rente.
© 2008 - 2009 Hanspieterson, gepubliceerd in Huiswerk (Educatie en School) op 29-12-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hanspieterson is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Economie tweede fase: intertemporele ruil"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.