Huiswerk en Havo

Economie tweede fase: voorraadgrootheden en stroomgrootheden

Economie tweede fase: voorraadgrootheden en stroomgrootheden

Het ministerie van onderwijs heeft al een aantal jaar geleden een commissie benoemd met de heer Teulings als voorzitter. Deze commissie moest onderzoek doen naar wijzigingen binnen het vak economie in de tweede fase. Over anderhalf jaar zal het eerste examen nieuwe stijl een feit zijn. De commissie heet officieel Teulings II, en de commissie heeft bepaald welke contexten en concepten allemaal bij economie horen. In dit artikel een korte uitleg over de stroomgrootheid en voorraadgrootheid.


Het leven loopt van fase tot fase

Leerlingen die bij economie stroomgrootheid en voorraadgrootheid moeten begrijpen, zijn ongeveer 15 of 16 jaar. Dat is de leeftijd waarin binnen herkenbare tijd je weet dat er grotere uitgaven komen. De eerste zou kunnen zijn die brommer of die scooter. Misschien nog betaald door je ouders, misschien moet je er zelf al voor werken. Je weet nu al dat je over een paar jaar een rijbewijs wilt, en een autootje, en je kunt al uitrekenen hoeveel geld je daarvoor over een paar jaar nodig hebt. De levensfase waarin je je rijbewijs haalt, wordt over het algemeen vrij snel opgevolgd door de levensfase waarbij je zelfstandig wilt gaan wonen, en moet sparen om dat te kunnen betalen (meubeltjes, verhuiskosten, borg, ...). Bij economie in de tweede fase zul je op diverse momenten zien dat het gaat om steeds een andere fase. Rijbewijs en auto wordt opgevolgd door op je zelf wonen, dat wordt weer opgevolgd door trouwen of samenwonen, en dat wordt weer opgevolgd door huisje-boompje-beestje. Daarna gaat het nog verder. Omdat je weet dat je op meerdere momenten geld genoeg moet hebben, is het raadzaam om spaargeld te hebben. Je kunt nu al uitrekenen hoeveel geld je per maand of per jaar opzij moet zetten om je rijbewijs te kunnen halen en een auto te kunnen kopen.

Voorraadgrootheid: het geld wat je op moment-X hebt

Stel: je denkt over drie jaar zo'n 5000 euro nodig te hebben. Nu heb je pas 500 euro. Die 500 euro, wat op je rekening staat en in je portemonnee zit, is een voorraadgrootheid: geld wat op een willekeurig moment in voorraad is. Je komt nog 4500 euro tekort, en moet dus 1500 euro per jaar sparen als je het over drie jaar nodig hebt. Over een jaar kijk je weer wat je aan geld hebt, als het goed is, is jouw voorraad veranderd, er is dus een nieuwe voorraadgrootheid.
Als je niet meer naar jezelf kijkt, maar naar de maatschappij, is bijvoorbeeld al het geld wat in Nederland op dit moment in omloop is en/of bestaat, ook een voorraadgrootheid. Dit is dan de maatschappelijke geldhoeveelheid.
Een voorraadgrootheid is op een bepaald moment in de tijd te meten. Vandaag. Of 31 december. Of over een jaar.

Stroomgrootheid: ontwikkelingen in de tijd

Even doorgaan op het voorbeeld van daarnet: je moet dus zorgen dat je over een jaar 1500 euro hebt. Daar moet je aan zien te komen. Bijvoorbeeld door een baantje te nemen. Of door meer te gaan werken, als je merkt dat jouw baantje niet genoeg geld oplevert. Jouw inkomen waarmee je dat geld bij elkaar moet zien te sparen is een stroomgrootheid. Dat meet je niet op een bepaald moment, maar dat meet je over een bepaalde periode. Bijvoorbeeld over een jaar. Je kunt dus over een periode van een jaar in kaart brengen hoe het zit met jouw inkomen. Wat je had, wat er bij is gekomen, enzovoort. Stroomgrootheden kun je ook vaak in een schema in kaart brengen met behulp van pijlen, blokken en andere vormen. Jouw inkomen is een stroomgrootheid, het nationale inkomen (iedereen bij elkaar opgeteld) is ook een stroomgrootheid.

De boekhouding van een onderneming

Bij winkels hangt er wel eens een briefje op het raam, vaak op 2 of 3 januari: in verband met balans gesloten. Een winkel telt dan op een bepaald moment hoeveel artikelen ze nog van elk product in voorraad hebben. Een balans is een voorraadgrootheid. Je kunt je voorraad tellen op een bepaald moment, bijvoorbeeld op 2 januari. Een winkelier is ook benieuwd naar hoeveel winst hij nu eigenlijk heeft gemaakt. Allerlei cijfers en getallen, zoals omzet, derving, enzovoort, worden in de boekhouding verwerkt in een resultatenrekening, of een winst- en verliesrekening. Dat is meestal over een jaar, maar het kan ook over een deel van een jaar zijn, en dat is dus een stroomgrootheid.
© 2008 - 2009 Hanspieterson, gepubliceerd in Huiswerk (Educatie en School) op 29-12-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hanspieterson is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Economie tweede fase: voorraadgrootheden en stroomgrootheden"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.