Huiswerk en Hoofdstuk

Samenvatting hoofdstukken 5 en 6 Percent economie VWO 3

Samenvatting hoofdstukken 5 en 6 Percent economie VWO 3

Hieronder vind je een samenvatting van hoofdstukken 5 en 6 van het economieboek Percent. Dit boek wordt vaak gebruikt in de derde klas van het VWO. Ik heb ook ergens samenvattingen van hoofdstukken 3 en 4 op het internet gezet. Veel succes met je aankomende proefwerk.


Hoofdstuk 5

Iedereen in Nederland moet minstens 11 jaar onderwijs volgen (leerplichtwet).

  • Vmbo: middelbaar beroepsonderwijs (o.a.economie (administratie en handel), techniek, agrarisch dienstverlening en gezondheidszorg), of Havo.
  • Het leerling wezen: werken en leren tegelijk.
  • Havo of MBO: Hoger beroepsonderwijs HBO (techniek, economie, pedagogie, administratie, paramedisch, agrarisch, kunstzinnig) of Vwo.
  • Vwo of HBO: universiteit oftewel het wetenschappelijk onderwijs WO. (letteren, rechten, techniek, informatica, bedrijfskunde, chemie, economie). Vanaf HBO staat techniek op 2 daaronder staat economie op 2 verzorgend sociaal cultureel staat altijd op 1 wat betreft werkloosheid.
  • HBO en WO: hooggeschoolde arbeid.
  • Laaggeschoolde arbeid: Weinig of geen opleiding wordt vooral in praktijk geleerd.

Verschillen:
  • Bij laaggeschoolde arbeid vaak dezelfde handelingen, hooggeschoolde meer afwisseling.
  • Hooggeschoolde arbeid vaak zelf oplossingen bedenken voor verschillende situaties, je moet problemen kunnen analyseren en oplossen en je hebt grotere verantwoordelijkheid.
  • Hooggeschoolde arbeid wordt over het algemeen beter betaald.

Uitvoerende arbeid: verteld worden wat te doen
Leidinggevende arbeid: organiseren en leidinggeven > managers
Kwaliteiten:
  • met andere mensen of alleen
  • baas hebben of eigen baas
  • precies of ongeveer
  • praten in openbaar
  • werken met cijfers of niet
  • dingen doen of bedenken

omscholing: het volgen van een nieuwe opleiding met de bedoeling ander werk te gaan doen dan het werk dat je tot nu toe deed.

Werk zoeken:
  • Vacatures (een onbezette arbeidsplaats) in kranten of advertenties van bedrijven. Je kunt een brief schrijven waarbij je een cv doen (curriculum vitae). Daar staat de opleiding en de werkervaring. Hoe beter je brief en cv hoe meer kans op een sollicitatiegesprek.
  • Open sollicitatie, bellen of schrijven naar een bedrijf en vragen of ze in de nabije toekomst nog werk hebben. Je hebt dan geen concurrentie.
  • Persoonlijk netwerk: het inschakelen van vrienden en bekenden
  • Uitzendbureau: een bedrijf dat kortlopend werk zoekt voor mensen. Je kunt altijd stoppen wanner je er geen zin meer in hebt maar het gaat om korte termijn baantjes.
  • Arbeidsbureau: instelling waaraan de overheid aan meebetaald en die bemiddelt tussen bedrijven met vacatures en mensen die werk zoeken. Maakt deel uit van het Centrum voor Werk en Inkomen.
  • Vacatures opzoeken via internet en teletekst.

60% wordt gedaan met persoonlijk netwerk.

Referentie: personen die inlichtingen over iemand kunnen geven.

Zakelijke dienstverlening: Het verrichten van diensten voor bedrijven, zoals het onderhouden van een computer netwerk.

Wet gelijke behandeling: De wet schrijft voor dat in werksituaties mensen niet ongelijk behandeld mogen worden, bijv. doordat ze man of vrouw zijn of een bepaalde godsdienstige overtuiging hebben.
Ongewenste intimiteiten: alle opmerkingen en handelingen waardoor iemand zich gekrenkt of beledigd voelt. > klacht bij de Commissie Gelijke Behandeling of vertrouwenspersoon.

Wet op minimumloon
  • Jongeren t/m 23 jaar minimumjeugdloon.
  • Als ouders binnen 4 weken niet protesteren hebben ze stilzwijgend toestemming gegeven.
  • Arbeidswet: wet waarin o.a. regels staan over werk dat jongeren mogen uitvoeren.

Hoofdstuk 6

  • Markt: Het geheel van vraag en aanbod dat de prijs van een bepaald goed bepaalt.
  • Abstracte markt: arbeidsmarkt, huizenmarkt en oliemarkt.
  • Concrete markt: veiling en rommelmarkt.
  • Beroepsgeschikte bevolking: bevolking min de mensen jonger dan 15 en min de mensen ouder dan 64.
  • Arbeidsongeschikten: mensen met een langdurige ziekte of handicap.
  • Beroepsbevolking: beroepsgeschikte bevolking min de arbeidsongeschikten min iedereen die niet (betaald) wil werken.

Beroepsbevolking: Alle mensen tussen 15 en 65 jaar die kunnen en willen werken.
Waarom de beroepsbevolking verandert:
  • Vergrijzing: steeds meer oudere mensen waardoor er de beroepsbevolking minder wordt.
  • Arbeid door vrouwen, zorgt voor vergroting van beroepsbevolking
  • Buitenlandse arbeidskrachten, zorgt voor vergroting van beroepsbevolking. Nodig vanwege vergrijzing.

Vrouwen zijn meer gaan werken door de emancipatie van de vrouw en doordat er meer hulpmiddelen zijn gekomen.

Vragers naar arbeid:
  • Primaire sector: landbouw, mijnbouw en visserij. Producten rechtstreeks uit natuur. Sommige voor direct gebruik, anderen als grondstof.
  • Secundaire sector: industrie en ambachtelijke bedrijven die grondstoffen uit de natuur verwerken (meelfabriek, schoenmaker).
  • Tertiaire sector: commerciële dienstverlening bijv. banken en verzekeringsmaatschappijen. Uit op winst.
  • Kwartaire sector: (niet-commerciële dienstverlening), instellingen die geen winst willen maken. Vb. gesubsidieerde onderwijs en de overheid.

Werkgelegenheid: Alle bezette arbeidsplaatsen plus alle vacatures (onbezette arbeidsplaatsen).

Factoren die de hoogte van het loon bepalen:
  • leeftijd
  • opleiding
  • ervaring
  • diensttijd

CAO: Collectieve Arbeidsovereenkomst. Afspraak tussen werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties (vakbonden) over een groot aantal arbeidsvoorwaarden zoals loon en vakantiedagen. (Geldt voor meer bedrijven).
Primaire arbeidsvoorwaarden: Afspraken die te maken hebben met loon en werktijden.
Secundaire arbeidsvoorwaarden: Afspraken met betrekking tot arbeid die niet te maken hebben met loon en arbeidstijden zoals aantal verlofdagen en pensioenregeling.
Ook als je geen lid bent van een belangenorganisatie val je onder de CAO.

Brutoloon – werknemerslasten = nettoloon

Werknemerslasten:
  • 1. loonheffing. Bestaat uit loonbelasting en premies volksverzekering. Premies volksverzekering worden o.a. betaald voor de Algemene Ouderdomswet.
  • 2. Premies werknemersverzekeringen. Deze premies worden o.a. betaald voor de Werkloosheidswet WW en de Wet Arbeidsongeschiktheid WAO.

Werknemer moet ook nog werkgeverslasten betalen. Het verschil tussen loonkosten en het nettoloon heet de wig. Die betaal je voor het in stand houden van de verzorgingsstaat.
© 2007 - 2010 L0rah, gepubliceerd in Huiswerk (Educatie en School) op 03-02-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van L0rah is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Samenvatting hoofdstukken 5 en 6 Percent economie VWO 3"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.