
Samenvatting hoofdstukken 3 en 4 economie Percent
Hier staat een samenvatting van hoofdstukken 3 en 4 van het boek percent van economie dat vaak gebruikt wordt in de derde klas van het VWO. Ik hoop dat jullie er iets aan hebben. Veel succes met je proefwerk!
Hoofdstuk 3
Vervelende reclames worden het beste onthouden omdat ze steeds herhaald worden.Reclame kan informatief, verleidend en misleidend zijn (verkeerd beeld krijgen van een product)
Reclame kan nuttig zijn:
- 1. Het is het voornaamste instrument om de consument in contact te brengen met nieuwe producten
- 2. De consument kan uit reclameboodschappen informatie halen.
- 3. Speciale aanbiedingen, introductiekortingen en uitverkoop-prijzen leveren meer potentiële klanten op, als er reclame wordt gemaakt.Vergelijking met de folders van andere merken/winkels kan voor de consument zeer kostbesparend zijn.
De 5 P’s van marketing of verkoopkunde:
- 1. Product: Wat voor soort product verkoopt het bedrijf? Goede kwaliteit, hoe ziet het eruit. Wat voor variaties zijn er? Wat voor assortiment ( welke verschillende soorten producten) heeft een winkel.
- 2. Prijs: Een prijs als 99,95 is een slimme prijs ofwel een psychologische prijsstelling. Bedrijven proberen vaak ook aandacht te trekken met kortingen.
- 3. Plaats: In welke winkel verkoop je het product? Waar zet je je product in de winkel (ooghoogte).
- 4. Promotie: Hoe maak je je product bekend?
- 5. Personeel: Je personeel moet weten wat ze verkopen. Ze moeten service verlenen en klantvriendelijk zijn.
Als een producent deze 5 marketinginstrumenten goed combineert, geeft hij meer kans dat zijn product een succes wordt. Hij kiest dan de juiste marketingmix. Marktonderzoek: onderzoek naar wat mensen wensen doen ze meestal met enquêtes. Mensen willen er meestal niet aan meewerken. Gevolg: steeds moeilijker aan kwalitatief goede marktonderzoekgegevens komen.
Impulsaankoop: Iets kopen dat je aanvankelijk helemaal niet van plan was te kopen.
Je kan op verschillende manieren informatie winnen over een product:
- vrienden of familie naar hun mening vragen
- Bij winkels informatie vragen
- Een test zoeken waarbij verschillende producten met elkaar vergeleken worden.
Een test kan je vinden in de consumentengids van de consumentenbond. Die bond is een consumenten organisatie. Een dergelijk onderzoek is een vergelijknemend warenonderzoek.
Prijs-kwaliteitverhouding: de mate waarin de prijs rechtvaardigt is met zijn kwaliteit. Dus als je iets duurs koopt hoort het ook goed te zijn.
Taken van consumentenorganisaties:-
- Publiceren van vergelijkende warenonderzoeken
- Geven van voorlichting aan consumenten. Je kunt aan consumentenorganisaties alle vragen stellen die te maken hebben met kopen en huren van goederen en diensten
- Geven van juridische hulp. Als je een conflict hebt met een bedrijf, dan help een jurist van de Consumentenbond je’
- Gezamenlijke belangenbehartiging. De consumentenorganisaties bepleiten bij de overheid en bedrijven de belangen van de consumenten.
Voorbeelden van consumentenorganisaties: consumentenbond, ANWB, Vereniging Eigen Huis. Ze zijn er voor de consumentenbescherming.
Er zijn ook milieuorganisaties (greenpeace, Vereniging milieudefensie en de fietsersbond ENFB)die de consument voorlichten. Die proberen mensen bewust te maken van de gevolgen voor het milieu van consumptiegedrag.
Ook de overheid geeft voorlichting aan de consument en het stelt allerlei wetten en regels op die te maken hebben met consumeren.
Koopovereenkomst: Als je bij een winkel iets koopt sluit je die.
Garantie: De verkoper vervangt of herstelt het product in de garantieperiode. Het is een afspraak tussen verkoper en koper.
Bij reclame mag informatie niet beledigend zijn of onjuiste info bevatten.
PPS: prijs per standaard hoeveelheid.
Makelaar: Iemand die bemiddelt bij huizen en andere onroerende zaken koopt en verkoopt.
Als je een huis koopt moet je letten op de buurt, de staat en prijs.
Zie begrippelijst.
Hoofdstuk 4
- Ambachtelijke productie: handmatig, zelfgemaakt. Productie is kleinschalig. Het wordt in de praktijk geleerd.
- Produceren: Alle bezigheden die gericht zijn op het maken van goederen of het verrichten van diensten. Werk in huis is ook productie. Het CBS registreert de productie door bedrijven en de overheid. Die geregistreerde productie heet formele productie of de productie in enge zin.
- Formele productie: de officieel geregistreerde productie die plaatsvindt bij bedrijven en de overheid. Formele en informele productie samen is de productie in ruime zin.
- Informele productie: Niet officieel geregistreerde productie zoals vrijwilligers werk, zwart werk en onbetaald huishoudelijk werk.
- Zwart werk: werk waarover geen belasting en premies worden betaald. Er staan dan geen afspraken zwart op wit. Dus geen officiële garantie.
- Nationaal product: Als je de productie van alle bedrijven en de overheid bij elkaar op telt. Die cijfers geven aan hoe het met de totale economie in Nederland gaat. Economische groei: Als in een land het nationaal product toeneemt.
Bij produceren gebruik je productiefactoren.
- Natuur: natuurlijke grondstoffen zoals water, olie, gas, hout en ijzererts. Als vestigingsplaats
- Arbeid: De mensen in het productieproces.
- Kapitaal een afgeleide productie factor: kapitaalgoederen: de goederen die je gebruikt om te kunnen produceren zoals machines, computers, voertuigen, gebouwen en grondstoffen. Vlottende kapitaalgoederen: Gaat maat 1 productieproces mee zoals meel.
- Vaste kapitaalgoederen: kapitaalgoederen die verscheidene productieprocessen meegaan. Vb. oven.
- eventueel management ofwel organisatievermogen.
Natuur en arbeid zijn oorspronkelijke productiefactoren, door het samenwerken van die factoren ontstaat er productie.
- Productiefactor: Beloning
- Natuur: grondrente of pacht
- Arbeid: loon of salaris
- Kapitaal: rente of interest
- Management: winst of verlies
Productie waarin je in verhouding veel kapitaal voor gebruikt, noemen we kapitaalintensieve productie. Productie waar relatief veel arbeid voor nodig is, noemen we arbeidsintensieve productie. Lonen en sociale lasten zijn hoog.
Mechanisatie: machines vervangen gedeeltelijk de menselijke arbeidskrachten
Automatisering: Machines/computers nemen de sturende en controlerende taak van de mensen over.
Arbeidsproductiviteit: de productie per werknemer per tijdseenheid.
De arbeidsproductiviteit kan stijgen door:
- 1. Daling van het ziekteverzuim
- 2. betere arbeidsverdeling en scholing
- 3. betere motivatie
- 4. mechanisatie en automatisering
Afzet: Het aantal producten dat een bedrijf verkoopt.
Omzet: totale verkoopopbrengst ofwel afzet x prijs van het product
Omzet: inkoopwaarde = brutowinst
Brutowinst: overige bedrijfskosten = nettowinst
Oorzaken van tegenvallende winst zijn o.a.
- 1. Een tegenvallende omzet
- 2. Hoge inkoopkosten
- 3. hoge overige kosten.
Verwante artikelen
- Hoe schrijf je een scriptie?: Aan het einde van een HBO en WO-opleiding moet een scriptie over een afstudeeronderwerp geschreven. Hoewel het wetenschappelijke schrijven gedurende de opleiding wel is geoefend…
- Samenvatting hoofdstukken 5 en 6 Percent economie VWO 3: Hieronder vind je een samenvatting van hoofdstukken 5 en 6 van het economieboek Percent. Dit boek wordt vaak gebruikt in de derde klas van het VWO. Ik…
- Hoe lang moeten hoofdstukken in een boek zijn?: Het schrijven van verhalen is een leuke, interessante bezigheid. Je kunt een hele eigen wereld creëren en zelf de situaties verzinnen waarin de personages zich…
- Een werkstuk maken: Veel mensen hebben een probleem met het maken van een werkstuk. Een werkstuk is een verkorte maar doch uitgebreide samenvatting met betrekking op een bepaald onderwerp. Als je een goede s…
- Praktische Economie: "Waarover gaat Economie": Dit is een samenvatting van het hoofdstuk "Waarover gaat Economie" van Praktische Economie, module 1.

Reageer op het artikel "Samenvatting hoofdstukken 3 en 4 economie Percent"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

